Missie & visie

Het Instituut voor Psychosomatische Therapie (IPT) biedt aan fysiotherapeuten, ergotherapeuten en oefentherapeuten een tweejarige opleiding aan tot psychosomatisch werkend therapeut binnen hun eigen discipline.

Daarnaast verzorgt het IPT een- of meerdaagse specifieke trainingen voor psychosomatisch geschoolde therapeuten en incidenteel aan paramedici zonder deze specialisatie.

Onze missie:
Therapeuten opleiden die in staat zijn om cliënten met meer complexe problematiek van het bewegend functioneren te coachen in attitude- en gedragsverandering, waardoor de cliënten weer in staat gesteld worden om waardevolle levensdoelen te realiseren en op een andere manier om te gaan met hun gezondheidsproblemen.

Belangrijke sleutelwoorden voor ons zijn daarbij lichaamsgericht, oplossingsgericht, methodisch en doelgericht werken, een eclectische stijl van werken en het kunnen aansluiten bij bestaande vaardigheden van de cliënt. Oplossingsgericht werken staat voor benadrukken van talenten en herstelbevorderende krachtbronnen waarover elk mens beschikt. Methodisch en doelgericht werken wil zeggen dat we therapeuten leren om reflectieve therapeuten te worden die samen met hun cliënt haalbare doelen opstellen. Eclectisch werken houdt in dat we therapeuten willen opleiden die niet beperkt zijn tot één voorkeursstijl van behandelen, maar op grond van de specifieke problematiek van een cliënt een gerichte manier van behandelen inzetten.

Belangrijk uitgangspunt in de opleiding is dat de therapeut een persoonlijke ontwikkeling doormaakt, waardoor het reflectief vermogen op eigen handelen toeneemt en daarmee de effectiviteit van de therapie.

Onze cursussen zijn sterk praktijk gericht en tegelijkertijd ook wetenschapstheoretisch onderbouwd. Hoog in ons vaandel staat zo verantwoord mogelijk te handelen. Het IPT onderscheidt zich van overige opleidingen door zijn sterke accentuering van de therapeutische relatie en de samenhang tussen lichamelijkheid, cognities en emoties.

Onze visie:
De psychosomatisch therapeut is door zijn opleiding met name in staat cliënten te begeleiden bij wie sprake is van klachten complexiteit van het bewegend functioneren. Onder complexiteit wordt verstaan dat het bewegend functioneren belemmerd wordt door een samenspel van disfunctionele cognities, emoties en/of gedrag.

Het IPT heeft als visie dat dergelijke problemen gevolgen hebben voor het totale functioneren van de mens. De gevolgen van ziekte raken de mens in alle aspecten van zijn bestaan: dagelijkse activiteiten, de leefwereld en belangrijke relaties met anderen worden beïnvloed. Dit impliceert dat behandeling op alle niveaus dient in te grijpen en dat niet alleen de medische diagnose en kennis van de pathologie belangrijk zijn voor het instellen van een therapie. Het hebben van inzicht in hoe de cliënt zijn beperkingen beleeft en hoe hij met zijn beperkingen omgaat (coping) is voorwaarde voor het welslagen van de therapie. Ondermijnende ziekteopvattingen of ondermijnende overtuigingen over zichzelf en omgeving kan herstel zodanig in de weg staan dat een reguliere paramedische behandeling geen oplossing biedt. In dit geval kan het ontdekken en veranderen van deze ondermijnende overtuigingen de weg vrij maken voor het gezamenlijk vinden van oplossingen en de cliënt motiveren tot blijvende attitude- en gedragsverandering.

In de praktijk betekent dit dat de therapeut systematisch informatie verzamelt over feitelijke problemen die de cliënt heeft met zijn ziekte en beperkingen. De mogelijke problemen bij het slecht functioneren kunnen liggen op het niveau van de omgeving, het gedrag, persoonlijke vermogens, belemmerende overtuigingen of interne conflicten en binnen het zelfbeeld. Als die factoren voldoende inzichtelijk zijn dan kan de begeleiding afgestemd worden op het individu De therapeut wordt dan een gids die de cliënt steunt opdat hij zelf actief zijn problemen kan oplossen. Samenvattend komt het er op neer dat de psychosomatische werkende therapeut zich vooral richt op de mens achter de klacht.

De hier geschetste benadering brengt met zich mee dat de relatie tussen therapeut en cliënt de kern van de therapie vormt. Niet de juiste techniek of de juiste interventie bepalen het welslagen van de therapie, maar de manier waarop therapeut en cliënt samen omgaan met mogelijkheden en onmogelijkheden tijdens het behandelingsproces. Belangrijke intermenselijke fenomenen als overdracht en tegenoverdracht spelen in de therapeutische relatie een sleutelrol. De psychosomatisch werkende therapeut moet beschikken over vaardigheden waardoor hij kan inspelen op weerstanden ten aanzien van gedragsverandering, overdracht en tegenoverdracht. De manier waarop hij inspeelt hangt af van de probleemsituatie en de beleving daarvan door zijn cliënt. De therapeut kan vanuit een betrokken houding zowel steunend als confronterend als ook humor inbrengen om de cliënt te coachen naar verandering van beweegredenen van gedrag. Sleutelwoorden zijn daarbij het hebben van een positieve werkrelatie, respect en veiligheid. In de therapeutische relatie is de therapeut in staat met de cliënt de spelregels en speelruimte te creëren om de beoogde gedragsverandering te faciliteren.

Voor ons is daarnaast van cruciaal belang dat de therapeut zijn professionele en persoonlijke grenzen kent. Het kennen van de eigen professionele grenzen begint met adequate kennis van pathologie, neuropathologie en psychiatrie. Begrenzen vraagt ook om adequate reflectie op de mogelijkheden en onmogelijkheden primair van zichzelf en in tweede instantie van zijn cliënten. Wij leiden therapeuten die in geval van twijfel intervisie en supervisie zoeken bij ervaren collega’s. Ons motto hierbij is hier heel eenvoudig twee weten niet alleen meer dan één ze kunnen samen ook meer dan één.

De psychosomatisch werkend therapeut maakt zich gedurende de 2-jarige opleiding psychosomatische therapie van het IPT een aantal bijzondere vaardigheden eigen om de cliënten met genoemde klachten te kunnen begeleiden. Hieronder vallen ‘lichaamsgericht haptisch werken’, werken met het ‘ervaarbare lichaam’ (bijvoorbeeld ademtherapie of mindfulness) en ‘therapeutische communicatie met behulp van woorden en gebaren’. Ons streven is hierbij dat al die interventies integraal afgestemd worden op de doelen van de cliënt.